
“Zoals de klei in de hand van de pottenbakker, zo bent u in Mijn hand”.
Jeremia 18:6b
19 januari 2026
“Zoals de klei in de hand van de pottenbakker, zo bent u in Mijn hand”. De Bijbeltekst hangt al bijna een week op mijn magneetbord om te memoriseren. Al meerdere keren heb ik bedacht dat God mij vormt; al heel vaak heb ik God gevraagd of Hij mij wil vormen tot een instrument dat Hij kan gebruiken. Een instrument in het leven van de kinderen die mij zijn toevertrouwd. Maar dan ineens treft het me. Wat als… wat als ik niet het instrument ben, maar de kinderen de instrumenten in Gods hand zijn?
Gevormd door God
God wil ons vormen tot een eervol voorwerp (Romeinen 9:21); wij zijn het werk van Gods hand (Jesaja 64:8); wij zijn door God gemaakt opdat wij in goede werken zouden wandelen (Efeze 2:10). Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Galaten 5:22-23). Het zijn precies de aspecten die vaak op de proef worden gesteld door de kinderen hier in huis. Hoe wil God mij eigenlijk vormen en zouden de kinderen hierin een instrument kunnen zijn? Wat kunnen we hieruit leren van de Pottenbakker?
Toen kwam het woord van de HEERE tot mij: Zou Ik met u niet kunnen doen zoals deze pottenbakker, huis van Israël? spreekt de HEERE. Zie, zoals de klei in de hand van de pottenbakker, zo bent u in Mijn hand, huis van Israël. Het ene ogenblik doe Ik de uitspraak over een volk en over een koninkrijk dat Ik het weg zal rukken, af zal breken en zal doen ondergaan. Bekeert zich dat volk waarover Ik die uitspraak heb gedaan echter van zijn kwaad, dan zal Ik berouw hebben over het kwade dat Ik het dacht aan te doen. Het andere ogenblik doe Ik de uitspraak over een volk en over een koninkrijk dat Ik het zal bouwen en planten. Doet het echter wat kwaad is in Mijn ogen door niet te luisteren naar Mijn stem, dan zal Ik berouw hebben over het goede waarmee Ik zei het goed te doen. Nu dan, zeg toch tegen de mannen van Juda en tegen de inwoners van Jeruzalem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik bereid onheil tegen u, bedenk een plan tegen u. Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg. Maak uw wegen en uw daden goed. (Jeremia 18:5-11)
In dit stuk wordt vooral duidelijk hoe God kan afbreken en opbouwen. Als we luisteren naar Zijn stem, dan zál Hij ons opbouwen; als we niet luisteren naar Zijn stem, dan zál hij ons afbreken. Maar dat is niet het hele verhaal.
In Gods hand zijn
Wij zijn in Gods hand. In de hand die bescherming biedt zoals het deed bij de uittocht van Israël uit Egypte (Deuteronomium 7). In de hand die de juiste tijd bepaalt (Psalm 31). In de hand die opkomt voor de zwakkere en de vijand verplettert (Exodus 15). In de hand die jou als kostbare parel koestert (Mattheüs 13). En hoewel wij als potten de verkeerde vorm kunnen aannemen, we ons kunnen laten vormen door de verkeerde dingen, blijven we in Gods hand. Hoewel wij door God kunnen worden afgebroken, bestaan we uit altijd herbruikbare klei. We kunnen worden hersteld en opnieuw worden gebruikt. Kortom: het feit dat we in Gods hand zijn, betekent enerzijds dat we zijn bescherming en koestering genieten, maar ook dat we worden gevormd tot het goede. Wat gebruikt God daarvoor?
Gods vingers
Allereerst gebruikt God voor Zijn werk, Zijn vingers. Mijn zijn vingers voelt de Pottenbakker het gedrag van de klei, nog voordat hij het effect ziet. Zo voelt God ons gedrag, nog voordat het zichtbaar is. En net zoals bij de pottenbakker elke vinger een specifieke functie of expertise heeft; zo kunnen de vingers symbool staan voor hoe God ons wil vormen. Want zoals de pottenbakker zijn duim gebruikt voor de bodem van de pot, zo wil God de wet in ons hart schrijven. Zoals de pottenbakker zijn wijsvinger gebruikt om de grove vorm aan te brengen, zo wil God ons vormen door te wijzen op Zijn Woord. Zoals de pottenbakker zijn middelvinger gebruikt om de binnenkant van de pot te vormen, zo wil God ons hart veranderen. Zoals de pottenbakker zijn ringvinger gebruikt voor de fijne aanpassingen in de vorm, zo wil God ons bijstaan in de details van ons leven. Zoals de pottenbakker zijn pink gebruikt voor het ondersteunen bij delicate voorwerpen, zo wil God ondersteunen op die momenten dat wij het nodig hebben.
Attributen
Maar dan blijft het lijstje van de vrucht van de Geest toch in mijn hoofd spoken. Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Galaten 5:22-23). Ik geloof echt dat God in mijn leven werkt; ik geloof dat ik kind van God mag zijn. Maar zo vaak bak ik echt niks van deze vrucht van de Geest. Blijkbaar blijf ik me verzetten tegen Gods vingers. En wat doet de pottenbakker als de klei nog onvoldoende reageert op zijn handen? Dan pakt hij er attributen bij. Snijdraad om grote stukken klei af te snijden; een mirette om overtollig klei op een specifieke plek weg te snijden; een lomer om klei glad te strijken en verder te verfijnen. Zijn deze kinderen misschien ook niet Gods snijdraad om mij te leren lief te hebben, zonder er iets voor terug te verwachten? Zijn de kinderen misschien ook niet Gods mirette om mij te leren dankbaar en tevreden te zijn in de kleine dingen? Zijn de kinderen misschien ook niet Gods lomer om mij te leren trouw en eerlijk te blijven als anderen dat niet doen?
Dus… ben jij een instrument in Gods hand om anderen te vormen? Een terechte vraag.
Maar veel belangrijker nog:
Wie zijn een instrument in Gods hand om jou te vormen?!