
Corrie wist dat ‘vergeving geen emotie is, maar een daad van de wil is – en die wil kan functioneren ongeacht de temperatuur van ons hart.’ Daarom stak ze haar hand uit naar de uitgestoken hand van de bewaker. Op dat moment kwam er een genezende warmte over haar heen en kon zij deze man werkelijk vergeven.
Uit “Kostbare lessen uit het leven van Corrie ten Boom” door Marianne Glashouwer” – mei 2024
31 juli 2025
Vergeving. Laten we eerlijk zijn: dit woord wordt in de kerk zo vaak gebruikt dat het zijn waarde soms lijkt te verliezen. We moeten elkaar vergeven, omdat God ons vergeeft. Maar wat als dat niet (meer) lukt? Wat als de pijn te diep zit? Dan kan een uitspraak over vergeving maar zo het “theologische sausje” worden. We kunnen er niks tegenin brengen, want het is helemaal waar; maar tegelijkertijd kunnen we er ook helemaal niks mee. En dan is de Bijbel ook heel duidelijk: als jij niet vergeeft, zal God jou ook niet vergeven. Die confrontatie trof mij diep in onderstaand Bijbelgedeelte.
Toen kwam Petrus naar Hem toe en zei: Heere, hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zei tegen hem: Ik zeg u: niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maal zevenmaal. Daarom kan het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met een zeker koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren. Toen hij begon af te rekenen, werd er iemand bij hem gebracht die hem tienduizend talenten schuldig was. En toen hij niet kon betalen, gaf zijn heer opdracht dat men hem zou verkopen, én zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en dat de schuld betaald moest worden. De dienaar dan knielde voor hem neer en zei: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. En de heer van deze dienaar was innerlijk met ontferming bewogen, liet hem gaan en schold hem de schuld kwijt. Maar deze dienaar ging naar buiten en trof een van zijn mededienaren aan, die hem honderd penningen schuldig was. Hij pakte hem beet, greep hem bij de keel en zei: Betaal mij wat u schuldig bent. Zijn mededienaar dan liet zich voor hem neervallen en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. Hij wilde echter niet, maar ging heen en wierp hem in de gevangenis, totdat hij de schuld betaald zou hebben. Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, werden zij erg bedroefd; zij gingen naar hun heer en vertelden hem alles wat er gebeurd was. Toen riep zijn heer hem bij zich en zei tegen hem: Slechte dienaar, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat u mij dat smeekte. Had ook u geen medelijden moeten hebben met uw mededienaar, zoals ik ook medelijden met u had? En zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaald zou hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft. (Matt. 18:21-35)
Tijdens de start van mijn bedrijf schreef ik een Bijbelschets waarin deze gelijkenis al kort ter sprake komt. Maar hier een overdenking over schrijven, strandde steeds weer opnieuw. God gaf iemand aan de pijnigers over, omdat hij niet in staat was iemand anders te vergeven. Het was te confronterend. Want wat als iemand jou zoveel pijn heeft gedaan dat je de littekens – letterlijk of figuurlijk – dagelijks met je meedraagt? Wat als iemand jouw pleegkind of gezinshuiskind nog dagelijks zoveel pijn blijft doen dat bouwen aan een toekomst onmogelijk lijkt? Wat als jouw pleegkind of gezinshuiskind telkens weer jou probeert te raken in de kern van jouw zijn? Wat als je weet dat je moet vergeven, maar gewoon niet weet hoe dat te doen? Deze vragen hielden mij bezig tijdens een preek over dit gedeelte. Ik besloot open kaart te spelen binnen onze gemeente en een week van gesprekken in mijn huiskamer volgde. Eén gesprek bleef in het bijzonder hangen. Daar waar ik de hele avond het gevoel had toch weer dat “theologisch sausje” te horen, raakte het dit keer blijkbaar wel mijn hart. Al duurde het enkele dagen voordat dat tot me door mocht dringen.
Vergeten, vergeven, verzoenen
Voordat dit gesprek begon, was me inmiddels wel één ding duidelijk geworden: ik had een totaal verkeerd begrip van “vergeving”. Want wat is vergeving nou eigenlijk echt? Heel vaak wordt vergeven verward met vergeten en verzoenen. Hieronder de definities volgens Van Dale:
- vergeven: vergiffenis schenken; het niet langer aanrekenen.
- vergeten: niet denken aan; uit het geheugen verliezen.
- verzoenen: de vijandschap laten eindigen, de relatie herstellen.
Als iemand ons pijn doet, zijn wij als mensen geneigd om de zonde met de persoon te verweven. We kunnen ze niet meer los zien van elkaar. Vergeven betekent dat je dit wel weer losmaakt. Je rekent de persoon de daad niet meer aan. Dit betekent niet dat je vergeet wat er is gebeurd of dat je de relatie volledig herstelt. Volledig vergeten kunnen wij als mensen niet, en verzoenen is iets wat van twee kanten moet komen. Vergeven is dus een persoonlijk proces waarbij jij besluit los te laten, zodat je zelf niet meer wordt beheerst door negatieve emoties. Je kiest ervoor het oordeel en de straf aan iemand anders over te laten. Je laat dit over aan God. Maar dit betekent ook dat je het mag brengen bij de mensen die God hiervoor heeft aangesteld. Vergeving en aangifte doen kan dus naast elkaar bestaan. Deze nieuwe inzichten bieden mij al ruimte om meer open te staan voor dit tekstgedeelte.
Mijn vergeving vs Gods vergeving
Maar de vraag die zich na één van de gesprekken in mijn hoofd bleef afspelen is: “Ben ik me genoeg bewust van hoeveel God mij vergeeft?”. In deze gelijkenis is de dienaar zijn heer 10.000 talent schuldig. In de tijd van de Bijbel stond een talent gelijk aan een dagloon; het gaat hier dus om een schuld van 10.000 daglonen. Uitgaande van 260 werkdagen per jaar (dit is het gemiddelde aantal werkdagen van een fulltimer in Nederland), was deze dienaar dus 230.000 jaar aan werk verschuldigd aan zijn heer! Allereerst: hoe kom je aan zo’n immense schuld?! Wat heb je gedaan dat je iemand zo ontzettend veel geld schuldig bent?! Is dit de schuld die wij hebben bij God? Maar, allermensen, wat heb ik dan allemaal wel niet gedaan? Hoe diep zijn mijn zonden dan wel niet Deze schuld moet betaald worden, maar dat is nooit haalbaar. Al zou deze dienaar, samen met zijn vrouw en kinderen verkocht worden, deze schuld kan je nooit vereffenen.
En dan gaat de gelijkenis verder. Dan blijkt de dienaar nog recht te hebben op honderd penningen, oftewel honderd daglonen: nog geen half jaar werk. Ik moet van ongemak lachen. Een half jaar werk ten opzichte van de 230.000 jaar die ik God verschuldigd ben. Misschien is dat wel het perspectief dat ik nodig heb om wel vergeving te kunnen schenken. Want wie denk ik eigenlijk dat ik ben om iemand schuldig te houden, terwijl ik zelf zoveel schuld heb?
Maar wat doet deze dienaar. Laten we eerlijk zijn, eigenlijk doet hij helemaal niks. Hij gaat niet op zoek naar oplossingen, naar hulp van anderen, hij gaat niet ineens heel hard aan het werk. Hij is zich er volledig van bewust dat hij van genade alleen kan blijven leven. En daarom laat hij zich op zijn knieën vallen en verootmoedigt zichzelf. En dát is de reden dat Jezus naar deze wereld is gekomen. Dát is de reden dat Jezus zoveel heeft moeten lijden. Dát is de reden dat God Zelf afdaalde. Om die schuld wél te betalen, zodat wij alleen maar op onze knieën voor God neer hoeven te vallen. Dát is de reden waarom wij Jezus nodig hebben. Het gaat niet om mij, het gaat niet om mijn pijn. Maar zet het eens in het perspectief van Gods pijn; zet het eens in het perspectief van Gods vergeving. Dan kan het eigenlijk niet anders dan dat wij ook bereid zijn te vergeven.
Ik neem me voor om vaker na te denken over mijn eigen zonden, om na te denken over de grootsheid van Gods vergeving, en om me nog heel vaak te realiseren wat vergeving nou eigenlijk écht is. En in dat alles hoop ik mij te realiseren, dat ik zonder God niets kan doen (Joh. 15:5). En dan schiet mij een bekend stukje van het leven van Corrie ten Boom te binnen:
Na haar bevrijding weidde Corrie haar leven aan het vertellen over wat zij en Betsie leerden in concentratiekamp Ravensbruck: ‘Al is de put nog zo diep, de liefde van Jezus Christus is dieper’. Hoewel zij daar aanvankelijk niet tot bereid was, leidde God haar na de oorlog weer naar Duitsland, het land waar zij zoveel geleden had. Tijdens een van haar spreekbeurten, ontmoette zij de man die een van de meest wrede bewakers in het kamp was geweest. Na de dienst kwam deze man naar Corrie toe en vertelde dat hij zijn vreselijke zonden had ingezien en aan God om vergeving had gevraagd. ‘Ik weet dat God mij alle wreedheden vergeven heeft, maar wilt u mij ook vergeven’. Corrie besefte dat haar eigen zonden telkens opnieuw vergeven moesten worden, maar zij kon deze voormalige bewaker niet vergeven. Maar de Here Jezus heeft gezegd: “want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven, maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven”. (Mattheus 6:14, 15). Corrie wist dat ‘vergeving geen emotie is, maar een daad van de wil is – en die wil kan functioneren ongeacht de temperatuur van ons hart.’ Daarom stak ze haar hand uit naar de uitgestoken hand van de bewaker. Op dat moment kwam er een genezende warmte over haar heen en kon zij deze man werkelijk vergeven. Maar ze besefte ook dat het niet haar liefde was, die deze man vergeven kon, maar dat het de kracht van de Heilige Geest, zoals staat in Romeinen 5:5: “.Omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is.” Als we Hem vragen om met Zijn liefde in ons hart te komen, zullen we ervaren dat die liefde zoveel sterker is dan onze haat en bitterheid. Dan kunnen we echt een ander vergeven, net als Corrie ten Boom. (Uit Kostbare lessen uit het leven van Corrie ten Boom” Door Marianne Glashouwer – 14 mei 2024)